Woensdag 4 juni 2025
Sidi Mechreg – Le Kef
Gereden: 230 km
Totaal: 1794 km
Ik ben om 05:15 wakker, zet koffie en we staan rustig op. We pakken alles in en rijden iets voor 7 uur weg om wat van de koelte van de dag mee te pakken. We volgen de N7 parallel aan de kust naar het westen richting Tabarka.
Vlak voor Nefza zien we plotseling een schapenmarkt. Dat is natuurlijk voor het offerfeest van komende vrijdag! Daar moeten we zeker even stoppen en rondlopen. Het kijken naar het spel van de handel. Het keuren van de schapen is zeer vermakelijk: voortaan zal ik een schaap op de rug knijpen en het vlees voelen om als kenner over te komen. Erg interessant is ook op hoeveel manieren je schapen kunt vervoeren. Werkelijk alle vormen komen langs: van achter in de laadbaak van een pick-uptruck tot tussen je benen op de scooter of om je heen gedrapeerd op de fiets.
In Nefza zelf stoppen we bij een koffiehuis om wat te drinken. Die koffie in koffiehuizen is trouwens overal in Tunesië erg lekker, beetje vergelijkbaar met de Italiaanse espresso. We zitten aan een drukke weg en iedereen lijkt onderweg. Het is een vermakelijk schouwspel en zouden er nog uren naar kunnen kijken.
Rond 09:30 uur zijn we in Tabarka en bekijken het fort dat ooit van de republiek Genua was. Als ik geld sta te pinnen, komt een man naar me toe die graag een foto van hemzelf met mijn motor wil maken. Prima, geen probleem: geef mij je telefoon en ik maak graag een foto van je.
We zijn hier in Tabarka redelijk dicht bij de Algerijnse grens en rijden vanaf nu naar het zuiden. Dit gedeelte van Tunesië is erg groen en de weg slingert door de bergen heen. In Aïn Draham maken we tijdens de lunch kennis met het Tunesische streetfood: een wrap van Tunesisch platbrood met vlees, groente, patat en saus. Een soort opgerolde kapsalon. Erg lekker en dus zullen we dit vaker eten in steden en langs de weg. Later deze reis komen we erachter dat dit een mlaoui of mlewi heet. Behalve als die rol vierkant opgevouwen is, want dan heet het een (sandwich) Libanais. Die laatste variant heeft een iets andere bodem en de rol gaat na het oprollen en bestrijken met ei nog even de oven in. Of een Baguette Farcie: een knapperig stokbrood gevuld met een smaakvolle mix van harissa, aardappel, tonijn, olijven en vaak gegrilde kip of rundergehakt, afgetopt met gesmolten kaas. Tot zover deze culinaire duiding…
Na de lunch slingeren we door een fantastisch landschap verder naar het zuiden door de bergen en bossen en maken een stop in Bulla Regia, een erg mooi bewaard gebleven Romeinse opgraving. Hier ontmoeten we deze vakantie voor de eerste en laatste keer Nederlanders. Als ik mijn motor neerzet hoor ik “Jullie zijn best een eind van huis.” vanuit een auto met Tunesisch kenteken. De man blijkt vroeger ook een motorrijder te zijn geweest en net zo’n BMW als ik heb te hebben gehad. Geen idee of dat een compliment is voor een Honda Transalp.
In het winkeltje met airco lopen we extra langzaam om wat af te koelen, kopen we een paar ansichtkaarten en maken een praatje voor we de opgraving op lopen. Dit is zoveel mooier dan Carthago! De huizen en het theater zijn erg goed bewaard gebleven. Het nadeel is dat het ruim boven de 35 graden is en dan is een wandeling in de volle zon in motorpak en -laarzen niet echt prettig.
We zijn na een half uur weer terug bij de motoren, vullen de watervoorraad aan en rijden verder naar El Kef waar we slapen in Casa Zitouna, een soort B&B waar de motoren binnen in de garage kunnen staan. De garagedeur kan net niet helemaal dicht, maar ze staan in ieder geval uit het zicht. De airco is erg fijn en het bed ligt heerlijk. Bij het douchen wordt echter de hele badkamer zeiknat. Je kunt niet alles hebben.
Na opgefrist te zijn, lopen we een rondje door het centrum en vinden een bar met geblindeerde ramen. Ze hebben inderdaad bier, maar er zitten zulke vage gasten en er hangt zoveel rook van sigaretten, dat we na slechts één al biertje besluiten snel weer weg te gaan.
In een Afrikaanse versie van de Burger King eten we kip, friet en salade en lopen weer terug.
Einde dag, slapen en morgen weer door.
Donderdag 5 juni 2025
El Kef – Sbeitla
Gereden: 224 km
Totaal: 2018 km
In de koelte van de airco en na alle indrukken van vandaag ben ik als een blok in slaap gevallen. Midden in de nacht, rond 01:30 word ik wakker gepord dat de garagedeur open gaat. Zelf heb ik niks gehoord en dat terwijl ik altijd dacht vrij licht te slapen en de deur gisteravond echt een teringherrie maakte blij het sluiten
Met tegenzin en slaapdronken doe ik wat kleding aan en merk dat de airco het ook niet doet. Ik loop via de woonkamer naar buiten en zie de garagedeur inderdaad halfopen staan. Ik check de motoren en alles lijkt in orde. De eigenaresse loopt ook rond en het blijkt een storing in de elektra te zijn en de meterkast hangt in de garage. Vandaar het geluid dus.
De rest van de nacht slaap ik onrustig en ben vaak wakker, waarschijnlijk speelt de uitgevallen airco daar een grote rol in. Uiteindelijk stap ik om 6 uur uit bed en ga douchen. Iets later springt de airco aan en is de elektravoorziening terug.
Het ontbijt is super met versgebakken brood, sap, jam, etc. De motoren staan nog netjes in de garage en we pakken alles weer in. We tanken in El Kef en zetten koers richting Table de Jugurtha, een tafelberg die op ons lijstje staat in het grensgebied met Algerije. Het is een tafelberg waar bovenop nog de ruïne van een fort staat, dat ooit gebruikt eens door rebellen. De locatie is prima te verdedigen.
Net buiten El Kef krijgen we bij een politiecontrole de vraag waar we heen gaan. Als ik aangeef naar Table de Jugurtha te willen moeten we wachten en wordt er wat gebeld. De sfeer is prima en uiteindelijk mogen we 5 kilometer verder rijden naar de volgende controlepost en moeten ons daar melden.
Na 5 kilometer is er inderdaad een controlepost en na de volgende controle van onze paspoorten moeten we wachten op de escorte die ons verder zal brengen. Ik heb dit ooit eens ergens in een filmpje op YouTube gezien dat dit gebeurde en het eerlijk gezegd afgedaan als onzin, maar nu gebeurt het echt.
Na een half uurtje verschijnt er een politieauto van de Garde Nationale en krijgen we onze paspoorten terug, De zwaailichten gaan aan en wij mogen volgen. Auto’s gaan aan de kant en wij volgen netjes met een aardig tempo. Na zo’n 65 kilometer stopt de politieauto in een dorp onder aan de berg en geven ze aan dat we zelf de berg op mogen rijden en ons daarna weer mogen melden.
We worden wel in de gaten gehouden, want als ik net buiten het dorp een sanitaire stop maak en een foto van de berg maak duikt de politieauto weer achter ons op met de vraag of er een probleem is. We rijden zelf verder en de weg naar boven is erg mooi. Boven op de top lopen we even rond en maken wat foto’s. Het gebied en uitzicht is prachtig.
De route die ik zelf bedacht had zou verder gaan en de weg verder naar het zuiden volgen, maar alles zegt dat teruggaan gewoon de verstandigste oplossing is.
Na goed anderhalf uur zijn we weer terug in het dorpje en vinden daar de twee agenten weer. De jongste spreekt Engels, wat overigens een uitzondering is in Tunesië, en stelt de vraag: “Speed okay? Little hungry.”. Voor ons was de snelheid prima en geven dat aan. Voor hem was dit het teken om volle bak gas te geven. Ik heb nog nooit eerder harder dan 160 kilometer per uur op de teller van de Transalp gezien, laat staan met bagage.
Ook Coco op de NC moet alle zeilen bijzetten. Gelukkig is het asfalt goed en niet te druk op de weg. Aan rand van de regiogrens stopt de politieauto en moeten we wachten op de volgende escorte. Ze laten ons in ieder geval niet zo maar gaan. Tijdens het wachten hebben we een leuk gesprek met de mannen. De jongste vervult zijn dienstplicht en we praten wat over het leven en reizen. Hij heeft een vriendin in Duitsland en wil daar na zijn dienstplicht graag verder studeren maar zijn visumaanvraag is al drie keer afgewezen. Ergens schaam ik mij dat we zo onwelkom zijn geworden in Europa. Op de vraag waarom we een escorte krijgen, is het antwoord dat het hier niet gevaarlijk is, maar dat het bedoeld is voor onze eigen veiligheid. Daar kun je echt iets mee.
Na een tijdje verschijnt de volgende politieauto die wij mogen volgen. Na de derde escorte, die gelukkig niet allemaal zo hard rijden als de eerste, en de derde regiogrens worden we opgevangen door een pick-uptruck van de toeristenpolitie die vraagt waar we overnachten in Sbeitla. Ik vertel dat we een hotel gevonden hebben, maar dat dat hotel volgens Booking vol zou zitten. Toch rijden we er heen en een van de agenten loopt mee naar de balie en dan blijkt er toch nog een kamer beschikbaar te zijn. Het is zelfs een ruime kamer op de hoek met uitzicht op de opgravingen in Sbeitla. Soms helpt het als belangrijke mannen meelopen.
Van de ruim 224 kilometer van vandaag hebben we er meer dan 200 achter een politieauto aangejakkerd. Beetje jammer wel, want het was een mooi gebied maar achter de politieauto stop je niet even om foto’s te maken. Ik was allang blij dat we direct na vertrek getankt hebben en niet hoefden te plassen of eten onderweg. Alle agenten waren overigens erg aardig en beleefd.
Na het inchecken en uitpakken van de motor valt op dat er onder de NC een klein plasje olie ligt. Dat is even een tegenvaller. Ik maak de skidplate los en kan niks aan het carter zien. Het eerste vermoeden is dat dit misschien door de hoge snelheid eerder die ochtend komt en ik probeer de carterplug en oliefilter nog iets vaster te zetten. Ik maak alles schoon, monteer de skidplate weer en hoop er het beste van.
De rest van de middag lopen we door Sbeitla, de uitgestrekte opgravingen en het museum dat erbij hoort. Op het veld vind ik half onder het zand een enorm fossiel en twijfel om dit mee te nemen. Het verstand wint het van het gevoel en ik verberg het weer onder het zand omdat ik absoluut geen gezeik wil in dit soort landen. Terwijl ik dit typ het ik er nog steeds een beetje spijt van.
Gelukkig heb ik de foto nog.
De avond blijven we lekker in de airco op de hotelkamer en als het afkoelt zitten we op het balkon en kijken uit op de verlichte opgravingen.
Vrijdag 6 juni 2025
Le Kef – Sbeitla
Gereden: 140 km
Totaal: 2158 km
Om 5 uur worden we gewekt door de muezzin, de “omroeper” van de moskee, met een aankondiging die hij blijft herhalen tot 05:30 uur. Vandaag is het Offerfeest en ik vermoed dat deze uitbundige aankondiging daar mee te maken heeft. Ik val nog even licht in slaap, maar rond half 7 staan we op, douchen en ontbijten we. Het brood in Tunesië lijkt op het Franse stokbrood, maar heeft een zachte korst en is steviger qua structuur.
Na het ontdekken van de olielekkage van gisteren hebben we het plan gemaakt om in ieder geval in Sbeitla op zoek te gaan naar een fles motorolie voor het geval dat. Van thuis heb ik net als andere vakanties een liter extra op reserve mee, maar als het toch misgaat heb ik liever wat extra liters bij me om eventuele lekkages aan te vullen. Of we de juiste olie kunnen vinden is de vraag, maar beter verkeerde olie mee dan geen olie.
Als we bij de motor komen zien we meteen een nieuw plasje olie onder de NC liggen. Het aandraaien van de carterplug en oliefilter heeft dus toch niet geholpen. Sbeitla is niet zo groot en hier gaan we geen motorzaak vinden. Als ik naar de route kijk, is Gafsa op zo’n 100 kilometer afstand de eerste grote plaats naar het zuiden en de meest logische plaats op de route. Terugrijden wil ik niet om te voorkomen dat we weer een escorte krijgen en verder en harder moeten rijden met een kapotte carter dan ons lief is.
We pakken de spullen weer in en rijden naar het tankstation op de hoek. Bij het uitrijden van de hotelpoort zie ik in mijn ooghoek dezelfde Toyota pick-uptruck van de escorte gisteren weer en ik steek mijn hand op. We tanken, kopen een liter olie van ook nog eens de juiste viscositeit en stoppen aan de overkant om bij een kiosk de watervoorraad aan te vullen. Al die tijd rijdt de agent achter ons aan, zelfs bij het tankstation en hij stopt daar ook om water en snacks te halen en als we naast elkaar staan geven we elkaar een hand. Hij vraagt waar we heen gaan en zegt nog een stukje achter ons aan te rijden, een soort omgekeerde escorte.
We rijden weg en na zo’n 20 kilometer draait de Toyota om en gaat terug bij de grens van Kasserine naar Sidi Bouzid. We zijn weer op onszelf. Wat meteen al opviel toen we wegreden is de enorme rust op de weg en dorpen. Er is echt helemaal niks en niemand buiten en het doet een beetje surrealistisch aan na de drukte van de afgelopen dagen.
We rijden rustig en stoppen elke 30 kilometer om de olie van de NC te peilen. Dat doen we zoveel mogelijk in de schaduw van bomen maar die zijn er niet heel veel, of ze zijn te laag om gebruik van te maken. Het oliepeil zakt niet echt veel voor zover je dat langs de kant van de weg kunt controleren, maar het carter en de skidplate worden wel steeds vetter. Onderweg zien we ook de eerste ‘benzinestations’ waar brandstof vanuit jerrycans verkocht wordt. De grond is daar zwart verkleurd van de olie.
De weg naar Gafsa bestaat uit 125 kilometer rechte weg. Ik had in de planning een omweg met wat meer variatie bedacht, maar gezien de lekkage is dat niet zo’n handig plan.
In de loop van de ochtend zien we meer mensen buiten en omdat het offerfeest is worden de schapen geslacht. Dat gebeurt buiten op straat en het bloed van die beesten loopt ook letterlijk over de weg. Het slachtafval gaat in containers die her en der in de dorpen staan en het vlees wordt meteen gegrild op houtskoolvuurtjes en barbecues en staan groepjes vrouwen te zingen.
Vanwege het offerfeest zijn ook alle winkels en garages dicht en omdat we niet veel eten nog bij ons hebben besluiten we in Gafsa in een hotel te slapen en niet op de camping daar. Het enige hotel dat er is, is het 5 sterren hotel Gafsa Palace waar we voor 70 euro een kamer krijgen inclusief diner. Een beetje 5 sterren hotel heeft natuurlijk een zwembad, dat hebben ze hier ook maar er zit er dan weer geen water in. Beetje net als de bezetting van de kamers: van de 100+ kamers die er zijn, zijn er 3 bezet. Welkom in Afrika.
Omdat de lekkage mij wel zorgen baart verwijder ik de skidplate weer en maak alles zorgvuldig schoon. Als ik foto’s met mijn telefoon maak en inzoom lijkt er een rond haarscheurtje in het carter te zitten waar olie door sijpelt. Ik vermoed dat er ergens een steentje tussen de plaat en het carter is komen te zitten, waarna de plaat ergens een klap heeft gehad en de steen tegen het carter geduwd heeft.
De middag besteden we aan het onderzoeken van opties om die scheur te repareren. Een nieuw carter kost bij CMS of Honda 350 euro en dat zou ik graag betalen maar is helaas niet te krijgen in Tunesië. De beste oplossing lijkt voorlopig kneedbaar staal of aluminium te gebruiken om het gat in ieder geval te dichten. We maken een praatje met de portier van het hotel om te vragen of hij een winkel of garage weet die ons zou kunnen helpen en hij wijst op de kaart een wijk aan waar in Gafsa de garages en scooterwinkels zitten. Of ze open zijn weet hij niet, normaal gesproken duurt het offerfeest 4 dagen en het is pas vrijdag.
Ergens verwachten we stiekem wel iets van het eten in een 5 sterren hotel, maar als we met z’n tweeën allen in een zaal met 200+ tafels zitten blijkt de enige keus die tussen kip en een kalfsschnitzel met wat salade te zijn.
In de hoop dat we morgen iets kunnen fixen voor de NC gaan we in de hotelbar maar naar een deel van de voetbalwedstrijd Marokko – Tunesië kijken. Voor de liefhebbers: Tunesië verloor die avond met 2-0. De bar zit stampvol met mannen die ondanks de verboden te roken sticker op de deur de hele zaal blauw van de rook zetten. De tafels staan vol met lege flessen bier, die worden pas weggehaald als je afrekent. Of dit voor het makkelijk tellen is, of dat het een statussymbool is wordt mij niet duidelijk.
Op de hotelkamer lezen we nog wat, appen met familie en vrienden en vallen in de koelte van de airco in slaap.































