Centraal en Noord-Oost Tunesië
Centraal en Noord-Oost Tunesië

Centraal en Noord-Oost Tunesië

Woensdag 18 juni 2025
Monastir – Kesra
Gereden: 188 km
Totaal: 4681 km

De winkel van de plaatselijke voetbalclub gaat pas om 10 uur open, dus we hebben alle tijd vanochtend. De spullen verhuizen we van het appartementje naar de motor en we rijden de drukte van het centrum weer in.
Voor het ontbijt heb ik via een tip van een local op Redit ‘Patisserie Mozart’ gevonden. Aangekomen blijkt het een door TikTok gehypt tentje te zijn waar jonge dames en pubermeiden alleen maar foto’s van hun koffie en gebak maken.
Van de drie beschikbare tafeltjes komt er toevallig één vrij en ons ontbijt bestaat uit een Dubai croissant, chocoladetaart en cappuccino. Erg lekker en natuurlijk maken wij ook wat foto’s. Niet voor TikTok, maar om jullie mee te nemen in onze zware omstandigheden 😊

Bij de fanshop van US Monastir (voor de geïnteresseerden: ze zijn vorig seizoen tweede geworden op 4 punten achterstand) vind ik twee voetbalsjaals en bij de kassa blijkt er een actie 2+1 gratis te zijn dus ik zoek ook snel even wat voor mijzelf uit. Junior wordt verwend.
De laatste stop in Monastir is het mausoleum van Habib Bourguiba, de eerste president van Tunesië die een belangrijke rol heeft gehad in de modernisering van Tunesië. Op de navigatie heb ik in elk dorp, gehucht en stad zijn naam al langs zien komen als straatnaam.
De motoren mogen we op aanwijzing van de aanwezige politie agenten vrijwel voor de poort zetten. Dat scheelt weer een stuk lopen.
Het mausoleum is groot en ruim en voor Tunesiërs waarschijnlijk erg belangrijk, maar wij zijn vrij snel uitgekeken.

We volgen de kust richting het noorden en rijden via Sousse richting Kairouan. Als we de stad binnen rijden, cirkelen meteen de brommertjes met gidsen, parkeerwachten of hoe ze hier ook maar heten, weer om ons heen. Het is duidelijk een toeristische plek – maar zo in het laagseizoen schiet iedereen op alles af wat ook maar enigszins geld kan opleveren. Helaas hebben ze niets te verdienen aan ons.

Kairouan is voor een deel van de moslims – na Mekka, Medina en Jeruzalem – de vierde heilige stad. De moskee van Kairouan is de grootste van Afrika. We parkeren de motoren naast een politieauto in de hoop zo van het gedram van de brommertjesmaffia af te zijn en lopen naar de moskee. Het binnenplein is indrukwekkend en via de deur vang ik een glimp op van het interieur. Toegang in de moskee is alleen voorbehouden aan moslims. Nu heb ik mijn uiterlijk in dat geval mee, maar ik gok het er toch maar niet op.

Als we teruglopen naar de motoren, krijgen we daar een standje van de politie. We hadden de motoren daar niet mogen parkeren. Na wat vriendelijk sorry zeggen, en beloven dat we het nooit meer doen, rijden we verder richting Kesra.

In de app iOverlander heb ik in Kesra camping ‘Domaine Essarj’ gevonden en via whatsapp vraag ik of ze open zijn en of er nog plek is. Die plek is er zeker, ze zijn zelf nog niet aanwezig, maar we kunnen gewoon een plekje zoeken als we aankomen. Ik ben blij dat op iOverlander de gps-locatie van de camping staat, want na een paar keer heen er weer rijden over de weg, hebben we niks gezien. Geen bord, geen afslag, niets. Uiteindelijk blijken we bij een onooglijk gravel weggetje af te moeten slaan en omhoog te moeten rijden. Na een paar honderd meter zie ik een huis met een gebouwtje, wat het sanitair zou kunnen zijn. Omdat er niemand is en er geen enkele tent staat, app ik de eigenaar en stuur voor de zekerheid een foto met de vraag of we goed zitten. Dat blijkt gelukkig zo.

Onder de bomen zetten we de tent op en dan blijken er tientallen gaten in de tent te zitten. Zowel in de binnen- als de buitentent. Best zuur want de tent is pas een jaar oud. In de binnentent vinden we een dood kevertje die dit waarschijnlijk op z’n geweten heeft. Het is waarschijnlijk mee ingepakt op de laatste camping waar we stonden en heeft zich tegoed gedaan aan het tentzeil. Wie weet welk beest dit is, mag het melden.De rest van de middag hangen we een beetje in de hangmat en doden de tijd met lezen en genieten van het uitzicht. Aan het einde van de middag komt een jong stel aan die eigenaar zijn van de camping. Het eten is geweldig en die avond koelt het af tot een aangename 18 graden. Precies de juiste temperatuur voor in de tent in combinatie met het geruis van de bomen.

Donderdag 19 juni 2025
Kesra – Hammamet
Gereden: 228 km
Totaal: 4909 km

Net als het geweldige avondeten is ook het ontbijt erg lekker. Versgebakken brood, honing, olijfolie, alles smaakt fantastisch. Het is 7 uur en nog niet echt warm, dus we vertrekken snel om de hitte voor te zijn. Binnendoor rijden we naar Makthar, waar we stoppen bij een klein museum dat bij de plaatselijke opgravingen hoort.
We maken een rondje door het museum en lopen een stukje over de opgravingen. Deze zijn ontzettend uitgestrekt, maar de beheerder vindt dat we absoluut alles moeten gaan zien. Het is ondertussen na de koelte van vannacht al aardig aan het opwarmen en ik vermoed dat de beste man nog nooit in een motorpak over een zinderende vlakte heeft gelopen.

In Silinane stoppen we om te tanken en drinken een koffie op het terras van een koffiehuis boordevol kaartende mannen. Onderweg naar El Fahs verandert het landschap weer. Na de heuvels met olijfboomgaarden zien we hier veel graanvelden en naast de geiten en schapen van de voorbije weken zien we hier ook koeien.
Naast het veranderende landschap verandert ook het weer. De lucht wordt donker en in de verte zien we de regen vallen. We stoppen op tijd om de regenpakken te zoeken, want die zitten echt heel ver weggestopt onder in de tassen. Als we de stad naderen, begint het hard te regenen en we stoppen bij het eerste het beste koffiehuis. Binnen zit het vol met waterpijp rokende jonge mannen en de vijf tv’s aan de muur zenden elk het nieuws van Al Jezeera uit over het Israël / Iran conflict met het geluid op standje oorverdovend, terwijl niemand lijkt te kijken.

In een hoekje van het terras onder de overkapping wegen we wat alternatieve plannen af, maar besluiten toch het oorspronkelijke plan aan te houden als de regen minder lijkt te worden. Na nog een koffie is het droog en rijden we naar de opgravingen in Thuburbo Majus, die je alleen om de naam alleen al zou willen bezoeken. Het is inmiddels droog, maar bewolkt en drukkend warm. Daar merken we weinig van: de opgravingen maken veel goed. Zeker als we wat wilde schildpadjes zien rondscharrelen.

Vanaf deze plek is het nog zo’n 70 kilometer naar Hammamet, waar ik via Booking een hotel heb gevonden waar de motoren weer binnen kunnen staan. Wel een prettig gevoel in een stad als dat enigszins kan. Op de site van Booking kun je trouwens niet selecteren op binnen parkeren, maar als je bij de reviews zoekt op het woord ‘moto’ dan krijg je snel een indruk of dat kan.
Aangekomen bij het hotel krijgen we een prachtige grote kamer met aparte zitkamer en splinternieuw sanitair voor nog geen 40 euro voor een nacht en de motoren kunnen inderdaad op de binnenplaats staan. En dat terwijl ik de goedkoopste kamer had gekozen vanuit de overweging ‘je slaapt er alleen en het is maar voor 1 nacht’. Een beetje mijn Calvinistische instelling, gok ik zo.

Hammamet is, net als kuststeden als Sousse of Monastir, erg toeristisch maar zeker interessant om te bezoeken. De medina is voor een deel veranderd in een enorme souvenirwinkel en degene die in het buitenland ooit de term ‘kijken kijken niet kopen’ heeft geïntroduceerd zou ze wat mij betreft alsnog mogen vierendelen.
En dat terwijl – als je 20 kilometer landinwaarts rijdt – de mensen ontzettend vriendelijk zijn en hun hand opsteken als je langsrijdt.
Ik pruts die avond nog een beetje aan de route om de tijd die we hier nog zijn nuttig te besteden. ‘s Avonds eten we in een restaurant dat aan de zee ligt dat stuk gekookte zeevruchten uit de diepvries serveert. Dat is dan weer jammer.

Vrijdag 20 juni 2025
Hammamet – Hammam Lif
Gereden: 196 km
Totaal: 5105 km

Om 6 uur schrik ik wakker door een enorm onweer. Het waait hard en de regen stort naar beneden. Blij dat we binnen zitten. Met goed een half uur is het weer droog en we lopen eerst even de stad in voor koffie en een croissantje. Daarna checken uit bij het hotel en krijgen van de receptioniste in een gesprek van 2 minuten zeker 3 keer de vraag om een goede review achter te laten op de boekingssite met de grote blauwe B. Ik vermoed dat dat de reden is geweest van onze mooie nieuwe kamer.

Na het inpakken van de spullen manoeuvreren we de motoren uit het gangetje en laten Hammamet achter ons. Het is warm en benauwd door de regen die net gevallen is en we zien diverse overstroomde wegen en afgebroken takken. Het is echt even hard tekeer gegaan.
De zuidkant van het schiereiland is vlak en we zien vooral steden en rechte wegen. Af en toe vangen we een glimp van de zee op. Al blijft het opletten, want ook op de provinciale vierbaans weg komen we een spookrijder tegen.

In Echraf stoppen we bij een olijfboom van ~2500 jaar oud. Een enorme boom met een stamomtrek van een meter of zes, die nog elk jaar olijven draagt. Indrukwekkend als je je beseft wat die boom allemaal meegemaakt moet hebben.
We springen weer op de motor en rijden naar El Haouaria dat vrijwel op het puntje van het schiereiland ligt. Het meeste vocht is weg dus het weer wordt redelijk aangenaam en wat minder benauwd.
Het uiterste punt van het schiereiland is Cap Bon, een berg vanaf waar je een mooi uitzicht zou moeten hebben. De bergweg slingert omhoog en de vergezichten zijn mooi, maar al snel rijden we in de wolken. De weg is doodlopend en in de mist rijd ik niets vermoedend het terrein van een kazerne op door een openstaand hek. Er komt meteen een soldaat aan rennen die waarschijnlijk geen buitenlander op een motor verwacht had. Ik geef aan te draaien en we dalen weer af.

Als ik op de weg terug bij een rustig plekje stop voor een sanitaire stop, komt er ineens een man in uniform uit een bouwval gestapt. Het blijkt de boswachter die merkbaar behoefte heeft aan een praatje. Hij neemt ons een stukje mee om het mooiste uitzicht over de zee en El Haouaria te laten zien en na wat selfies nemen we afscheid. We geven hem een sleutelhanger die we speciaal voor dit soort ontmoetingen meenemen, maar hij wil er graag twee omdat hij twee vrouwen heeft. Of twee kinderen en wil Coco als tweede vrouw. Dat wordt ons niet helemaal duidelijk. Of we doen in ieder geval net alsof we het niet begrijpen.
Die man heeft een best leven: lekker de hele dag buiten, mooi uitzicht, geen baas die op je vingers kijkt…

De navigatie leidt ons door El Haouaria waar net de markt wordt afgebroken. Slingerend tussen de half afgebroken kraampjes en smalle steegjes rijden we de stad uit naar het Carrière Carthaginoise waar de steengroeve lag om Carthago te bouwen. De groeve is helaas dicht vanwege instortingsgevaar, maar we kunnen een stukje langs de randen lopen.

De C128 slingert fantastisch langs de kust met grote hoogteverschillen. We maken een stop bij Ain Altrous, een bron waar heet water van bijna 60 graden uit de rotsen loopt, zo de zee in.
Als we de C128 verder volgen richting Korbous blijkt die dicht vanwege werkzaamheden en moeten we terug wat overigens geen straf is.
In Hammam-Lif vinden we een hotel, maar als we daar aankomen is het echt vergane glorie. Achteraf hadden we beter nog een nachtje in Hammamet kunnen blijven en vanaf daar een rondje over het schiereiland kunnen rijden. Flexibiliteit heeft zijn prijs.
’s Avonds lopen we nog even naar het strand waar we wat eten, halen wat frisdrank en water en vinden het wel goed voor vandaag.

Zaterdag 21 juni 2025
Hammam Lif – Medjez el Bab
Gereden: 192 km
Totaal: 5297 km

De airco kent helaas maar twee standen: uit of ijskoud, ongeacht welke temperatuur ik ook instel. Als ik hem uitzet wordt het snikheet, dus dan maar slapen met een shirt aan in de kou van de airco.
Natuurlijk hebben we ontbijt” antwoordt de mevrouw achter de bar. Al serveert ze de koffie eerst en loopt dan snel naar de winkel op de hoek om twee croissants voor ons te halen. Beiden smaken overigens prima, we hangen een beetje op het terras en rijden pas ruim na 9 uur weg.

Als we wegrijden zie ik aan de rand van de stad een bordje ‘Cimitière militaire Allemand’: een Duitse oorlogsbegraafsplaats. Deze begraafplaats, Bordj Cedria, is de grootste Duitse oorlogsbegraafplaats van Noord-Afrika en er liggen ruim 8500 soldaten begraven die daar in de jaren ’60/’70 zijn samengebracht vanuit diverse provisorische oorlogsgraven verspreid over het land.
De Afrikafeldzug in Noord-Afrika was van belang voor Duitsland om zo het voor Engeland belangrijke Suezkanaal af te kunnen sluiten, maar de Duitsers moesten in 1943 al capituleren vanwege logistieke problemen met de aanvoer vanuit Europa.
De begraafplaats is opgedragen aan Claus von Staufenberg die hier in de buurt zwaar gewond raakte en later bekend werd vanwege zijn mislukte aanslag op Hitler. We lopen wat rond en zijn onder de indruk van de netheid. Het gastenboek staat vol met kreten als ‘nooit meer oorlog’ in diverse talen en berichten van mensen die hier hun familielid terug gevonden hebben.

We zakken weer een stuk naar het zuiden om het buitenverblijf van Mussolini te bekijken dat we gisteren overgeslagen hebben. Het lag toen net uit de route en rijden er nu even voor om. De man is er zelf naar verluid overigens nooit geweest. Als we daar aankomen, blijkt het op een fantastische plek te liggen en bewoond/gekraakt te zijn door een Tunesische familie. Ik maak van een afstand wat foto’s.
Onderweg maar weer de gebruikelijke koffie op het terras van een klein koffiehuis en ik koop meteen wat koud water om de camelbags bij te vullen. Alleen jammer dat het water in de rugzak in no-time weer ver boven kamertemperatuur is.
Wat verder in een dorpje probeer in mijn beste Arabisch twee flesjes cola te bestellen in een klein winkeltje, maar loop naar buiten met twee pakjes perzikensap. Het zal wel aan mijn uitspraak liggen.

Iets na twaalven stoppen we bij ‘Huilerie Essalem’ die één van de betere olijfolies in Tunesië maakt. Alles is dicht vanwege lunchtijd of rusttijd, maar er komt toch iemand aanlopen om ons te helpen. Ze hebben twee soorten op het vat en we krijgen eerst de sterke ontbijtvariant te proeven. Dat gaat meteen in formaat borrelglas en de olie is vrij heftig van smaak. Gelukkig smaakt de volgende wel erg goed en daarvan worden twee literblikken uit het vat volgetapt die we in de motortassen tussen de kleding stoppen. Voor de zekerheid doen we er wel een extra plastic tas omheen in het geval de blikken gaan lekken, maar dat blijkt achteraf niet nodig. Alle olie is lekvrij mee naar huis gekomen.

Het lijstje van dingen die we nog willen zien in Tunesië slinkt zienderogen en we besluiten vandaag maar op tijd te stoppen in Medjez el Bab waar we het stadje en een oude brug willen bekijken. De weg erheen is een schaduwloze vrij rechte weg en de zon brandt flink. Er is nergens schaduw en nergens een restaurant of koffiehuis te vinden dus we eten snel een crackertje aan de kant van weg en rijden door. Wel worden we blij verrast door de restanten van een Romeins aquaduct dat zomaar in het landschap staat.

In Medjez el Bab is precies 1 hotel. Als we voor de deur parkeren stap ik naar binnen in wat ik denk dat de receptie is, maar ik kom binnen in een schemerig zaaltje waar de herrie, tabaksrook en bierlucht mij direct tegemoet komt. De ruimte zit vol bierdrinkende mannen aan tafels vol flessen. Die had ik even niet zien aankomen. De ingang van het hotel blijkt aan de zijkant te zijn.
Het valt mij dat dat de bars die er in het land zijn meteen zuipholen zijn waar tegen de klippen op gedronken wordt. Het is net 14 uur, maar de eerste totaal beschonken man wordt al met zachte hand uit de bar geleid.
Er is een kamer vrij en er worden meteen drie medewerkers op uit gestuurd om de kamer te controleren. De kamer is oud, maar schoon en de douche is prima. Ik hang mijn motorpak, dat na al die dagen zweten in de hitte wat ranzig wordt, uit op het balkon. De motoren kunnen na wat passen en meten binnen in de lobby achter slot en grendel staan.

Op een rustig hoekje van het terras drinken we een biertje en maken aan de hand van de kaart een plan voor de laatste dagen, terwijl binnen de stemming er steeds beter in lijkt te zitten. Reden om hier niet te lang te blijven.
Ik merk dat de warmte, beter gezegd de hitte, zijn tol begint te eisen. Ik ben niet echt fit en heb weinig trek, maar toch lopen we het stadje even in om wat te eten. Alle restaurantjes en terrassen lijken leeg, maar er is een pizzeria waar twee mensen op het terras zitten en daar schuiven we maar aan. Die mensen blijken de eigenaren te zijn en lopen snel naar binnen, zijn we toch nog de enige in de zaak. Voordeel is wel dat de pizza’s in no-time op tafel staan. Er rijdt een toeterende bruiloftsstoet langs waar in de twee voorste pick-ups een muziekband zit.
We lopen na het eten nog wat rond, kijken bij de antieke brug over de Medjerda rivier en als we uiteindelijk weer bij het hotel komen haal ik aan de bar maar twee blikjes bier om op de kamer te drinken. We zijn best wat gewend, maar dit is niet echt een prettige plek (voor een vrouw) om te gaan zitten.

Zondag 22 juni 2025
Medjez el Bab – Bizerte
Gereden: 221 km
Totaal: 5518 km

Het ontbijt staat klaar en is matig. Geen koffie, maar wel mierzoete perensap en wat brood en jam. Er is in geen velden of wegen bediening te zien. Soit, koffie drinken we onderweg wel ergens.
Gisteren las ik over een Engelse oorlogsbegraafplaats die op de route richting Testour ligt. Ook daar lopen we een rondje en ook deze plaats maakt – net als de Duitse begraafplaats waar we gisteren waren – best indruk: graf na graf vrijwel allemaal jongens die de 30 jaar niet gehaald hebben. Triest.

Testour is een leuk stadje met in het centrum een verzameling terrasjes op een plein waar we eerst maar koffie drinken en daarna een rondje door het centrum lopen. De minaret bij de moskee is gebouwd rond het jaar 1600 door vluchtelingen uit Andalusië en heeft naast een joodse ster ook een klok met wijzerplaat. Dat heb ik niet eerder gezien bij een minaret.
Als we richting Dougga rijden en even stoppen om te tanken, staan er een man en een zwangere vrouw in de deuropening van een auto. De bevalling is waarschijnlijk net begonnen, want de vrouw staat in een grote plas (vrucht)water. Gelukkig komt er snel hulp van anderen, want hier weten we ons even geen raad mee.

Dougga is de laatste Romeinse opgraving van ons lijstje. Wel de zoveelste, maar deze schijnt zeker een bezoek waard te zijn. Als we de parkeerplaats oprijden, worden we tegengehouden door twee agenten in burger die alles willen weten: waar we vandaan komen, waar we heen gaan, de motorpapieren worden gecontroleerd en de kentekens worden genoteerd. In eerste instantie denken we nog dat het een paar rare gasten zijn, maar die pistolen in holster op de heup doet ons netjes meewerken. Door de burgerkleding is het niet altijd meteen duidelijk dat het om politie gaat.

Als we bij de tempel op de heuvel staan, zien we hoe uitgestrekt deze opgravingen zijn. Het geheel beslaat 75 hectare en het is verbazingwekkend wat er na al die jaren nog staat. In het cafeetje bij het museum staat ook hier de TV keihard op Al Jazeera en is het Amerikaanse bombardement van de nucleaire installaties in Iran is het gesprek van de dag.
Ik bestel een flesje water en een flesje Orangina en krijg een lesje in Tunesisch rekenen. Volgens de prijslijst – die naast de verkoper hangt – kost water 2 TND en de frisdrank 4 TND. Toch telt dit op tot 7 TND.

Onze dagen in Tunesië lopen op hun eind en we hebben zin om weer even in de zee te zwemmen en dus zetten we koers naar Bizerte. Onderweg vinken we de oude brug in Beja nog van het to-see lijstje af. De weg is prima, voert ons door eindeloze graanvelden en we checken voor 14 uur in in het hotel. Meteen zwemkleding aan en eerst zwemmen in de zee.

Als het wat afkoelt lopen we het centrum in en slenteren over de markt en kopen wat sleutelhangers als souvenir. In de oude haven eten we op een terras direct aan het water naast de vismarkt en verheugen ons er op om vis te eten. Onze trek verdwijnt snel als we wat zwerfkatten aan de rand van het water naar een van hun soortgenoten zien kijken, die in het water is gevallen en probeert te zwemmen. Mensen doen nog een poging het beestje uit het water te redden, maar dat is lastig vanwege de hoge kant en de afstand. Na wat gespartel verdwijnt het beestje onder water om niet weer boven te komen.
Het ‘mineraalwater’ uit de fles dat we krijgen blijkt ook gekoeld kraanwater te zijn. Ik merk het meteen als ik de dop open maak. Die laten we maar staan. We lopen nog wat rond en pakken uiteindelijk de taxi terug naar het hotel.

Maandag 23 juni 2025
Bizerte – Tunis
Gereden: 112 km
Totaal: 5630 km

De laatste hele dag in Tunesië en eigenlijk hoeven we helemaal niks meer. Het ontbijtbuffet is uitgebreid en we nemen alle tijd. Eerst gaan we nog maar even zwemmen in het zwembad. Nadat we de spullen gepakt hebben, rijden we na 11 uur weg en volgen de kust richting Tunis. Vanaf deze kant lukt het nu wel om Plage Rimmel te vinden, een strand waar een paar aangespoelde schepen liggen die ik op de heenweg al had willen bekijken, maar toen niet kon vinden.
We lopen wat langs het water en worden in onze motorpakken meewarig aangekeken door de strandgasten. Na wat foto’s rijden we verder naar Tunis en beseffen dat we nog minder dan 100 kilometer door Tunesië zullen rijden. We laten de reis de revue passeren en vragen ons hardop af wat nu het mooiste, leukste en interessantste aan de reis was.

In Tunis zoeken we eerst de check-in op waar we morgen moeten zijn om aan boord van de ferry te kunnen gaan. Ik wil niet weer verrast worden zoals op de heenreis. Na wat boodschappen gedaan te hebben voor onderweg, rijden we naar het hotel. Dat blijkt een vrij luxe hotel te zijn in de ambassadewijk aan de kust. Ook hier krijgen we een upgrade naar de Junior Suite, een kamer die groter is dan onze woonkamer thuis met uitzicht over de zee en een grote slaapkamer met walk-in badkamer.

De motoren kunnen binnen het hek staan en ik geef de bewaker een paar dinar voor koffie waarop hij meteen zijn stoel pal naast de motoren zet en er niet meer afkomt. Die staan prima bewaakt.
Die avond eten we op het terras van het hotel en kijken uit op de weg waarop we aan het begin van deze reis Tunis uit reden het avontuur tegemoet. Ondertussen zijn we zoveel herinneringen en ontmoetingen met mensen verder. Een beetje weemoedig kijken we terug maar zijn ook stiekem wel een beetje blij om terug naar huis te gaan.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *