Deel 2: Noorwegen
Deel 2: Noorwegen

Deel 2: Noorwegen

Na 6 dagen Finland is het tijd om Noorwegen te verkennen. Ook daar zijn we beiden nog nooit geweest. Via de 92 rijden wij in Karigasniemi  in het noorden langs de grensrivier Anarjohka Noorwegen binnen. Meteen is het landschap anders: meer rotsachtig en de uitgestrekte vlaktes van Finland maken plaats voor dorpjes. In Karasjok drinken we koffie voor we de E6 oprijden.
Laat je niet in de war brengen door een wegnummer in Noorwegen: de E6 klinkt als een snelweg, maar is gewoon een bochtige tweebaansweg. Bij ons zou het niet eens een provinciale weg zijn.

Het uitzicht op de E6 is magnifiek! Er doemen bergen op, rotspartijen en meren. Echt supermooi. In Lakselv maken we kennis met het Noorse prijspeil als we gaan tanken en lunchen. Benzine kost overal rond de 1,90 euro per liter en voor de twee hamburgers met friet tikken we ruim 40 euro af. Maar ja, naar Noorwegen ga je niet voor de goedkope prijzen en het mooie weer. Lakselv ligt aan een prachtig fjord en we rijden via de E6 langs de kust naar het noorden. Waar het eerste deel van Noorwegen al prachtig was, wordt het alleen maar mooier. Ik hoor continu ‘Wow, wat mooi’ via de intercom van mijn helm.

De E6 blijft slingeren om het fjord, bocht na bocht en met weinig verkeer op de weg is dit echt een feest om te rijden. Bij Olderfjord gaat de E6 over  in de E69 en dan is de tocht naar de Noordkaap begonnen. De weersomstandigheden worden wat minder: het wordt koud, het begint hard te waaien en te miezeren. Ook trekt de lucht dicht, dus vandaag naar de Noordkaap gaan zou jammer zijn.

Vlak voor Honningsvåg maken we voor het eerst kennis met een Noorse hobby als we door de bijna 7 kilometer lange Noordkaaptunnel rijden die tot 212 meter onder de zeespiegel gaat. In Noorwegen zijn ze gek op tunnels bouwen en we gaan er deze vakantie nog heel veel zien.
Als we boodschappen doen voor het avondeten is het lastig kiezen. In Noorwegen is alles duur (reken op twee keer de Nederlandse prijs) en zaken als vlees, bier, groente en fris zijn extreem duur. We houden het bij een eenvoudige maaltijd.

Zo’n 25 kilometer voor de Noordkaap overnachten wij op de Nordkapp camping (er zijn diverse campings daar die zo heten) in de buurt van Honningsvåg en zijn verbaasd als de mevrouw achter de receptie Nederlands spreekt. Ze is er 20 geleden met vakantie gegaan en is er blijven hangen. Wilde rendieren lopen over de camping en we zoeken een enigszins luwe plek op tussen de rendierpoep en maken voor de zekerheid alle scheerlijnen vast. Ook op deze camping is er weer een prima algemene en verwarmde keuken waar we kunnen zitten en eten.

Het voordeel van vroeg rijden is dat de weg helemaal leeg is en de kilometers vliegen voorbij. Als we om kwart over 9 op de Noordkaap aankomen, is het superrustig. Er staat een enkele camper waarvan de bewoners nog slapen, dus we hebben alle tijd om uitgebreid foto’s te maken en rustig rond te wandelen. Door het vroege tijdstip is het nog wat schemerig, maar de Noordkaap voor jezelf hebben is wel een unieke belevenis. Ook het besef dat je hier dichter bij de Noordpool bent dan bij huis (de Noordpool is 1000 kilometer dichterbij) maakt wel indruk.

Rond 11 uur gaat het bezoekerscentrum met de giftshop en restaurant open. Als we daar naar binnen willen lopen, wordt gevraagd om ons ticket. Die hebben we niet en blijkt 260 NOK (zo’n 26 Euro) te kosten. Dat is ons wat te gortig om een koffie en een sticker te kopen, dus dat laten we aan ons voorbij gaan. Achteraf blijkt dat je die 260 NOK ook voor het oprijden van het terrein had moeten betalen.

De vrekkentip: als je buiten de openingstijden naar de Noordkaap gaat, dan is de toegang gratis. Nog een bespaartip: als je je motor voor het monument zet of naast de parkeerplaats zet dan krijg je een boete van 600 NOK (60 euro). Gelukkig is er buiten de openingstijden niemand om dat te handhaven.

Rond half 12 rijden we de E69 weer op, nu richting het zuiden, richting huis. De zon breekt door en ook in deze richting op de E69 rijden is geen straf. Bij Olderfjord pakken wij de E6 weer op richting de Noorse westkust. Hier een glooiend, weids en leeg landschap. Leegte zover je kijken kan, prachtig.

Ook in het noorden van Noorwegen loopt het toeristische seizoen op zijn einde. Na twee keer voor een gesloten camping gestaan te hebben, vinden we er een die nog open is. Wij zijn weer de enige tentkampeerders en hebben een prachtig uitzicht op de besneeuwde bergtoppen. Dankzij de wifi en de uitgestelde start van de Formule 1 race in Spa kunnen we nog net zien hoe Max in de stromende regen in een soort optocht toch nog 1e wordt.
We maken die avond voor het eerst kennis met de beroemde/beruchte Scandinavische muggen, blij dat het antimuggenspul goed werkt, maar irritant zijn ze wel.

De volgende dag is het maandag maar dat is niet te merken aan de drukte op de weg. Het blijft leeg en rustig. Heerlijk! Na de oploskoffie vertrekken we en ontbijten bij een bakkerij onderweg. Als we in de bergen stoppen waar Coco een foto van een prachtig uitzicht over een fjord wil maken, wordt het ineens mistig. In een mum van tijd is er van het uitzicht niets meer over.

We verlaten de E6 voor een stukje om over de 858. Een slecht wegdek, maar fantastische vergezichten. Net of je door een stapel ansichtkaarten rijdt. We stoppen regelmatig om foto’s te maken of om gewoon even rustig om ons heen te kijken om het landschap in te laten werken. We vervolgen onze weg op de 86 naar een camping in Sorreisa waar niemand is, maar gelukkig wel een briefje hangt dat je een plek mag uitzoeken en dat het inschrijven later wel komt. Daarnaast maken we dankbaar gebruik van de wasmachine en droger, omdat het ook fijn is om weer schone spullen te hebben. Ook deze nacht zijn we de enige op de camping.

Ik word de volgende morgen om half zes wakker van de regen. Het regent hard en er trekt ook nog een windvlaag over de camping die je vanuit de verte al hoort komen aan jagen. Dan maar het regenpak aan en de spullen inpakken. Dat gaat zo vlug dat we om 8 uur al op de motor zitten. Voor vandaag hebben we een route bedacht over de 86, 848 en de 84.  Aan het begin van de 848 staat een bord met de melding over de tunnel in de weg, maar ik kan er weinig wijs uit maken en ook de navigatie geeft geen beperkingen op de route aan. De 848 is een prachtige weg en ook hier genieten we volop van de omgeving. Bij de tunnel aangekomen blijkt die dicht te zijn tot de zomer van 2022. Alleen op afspraak en in konvooi kun je er door heen. Omkeren dan maar en terug naar de 84 en een stuk van de E6 naar Bjervik.

De hele dag dubben we of we wel of niet naar de Lofoten gaan. Wij hadden bedacht om vanuit Andenes, in het uiterste noorden van de Lofoten, walvissen te gaan bekijken, maar de weersvooruitzichten zien er niet goed uit voor de komende dagen. Vooral de wind trekt aan. We bellen met de rederij en vragen of er de komende dagen überhaupt wordt gevaren. De medewerkster geeft aan dat de kans vrij klein is en daarom laten we het plan om walvissen te kijken helaas varen. We hebben geen zin om dagen in de tent te wachten tot er wel gevaren wordt. Dat walviskijken zetten we weer terug op de bucket-list.

Wel besluiten we om het zuidelijke deel van de Lofoten mee te pakken. In Bjervik rijden we de E10 op en lunchen bij de beste hamburgertent van de E10, tenminste dat is wat ze op de gevel melden. Het waren inderdaad prima burgers. Na de lunch check ik wat de vetrektijden van de ferry tussen Å en Bødø zijn. Die blijkt nog maar twee keer per dag te varen in de dal-periode en de komende vaarten zijn al volgeboekt. Na wat puzzelwerk volgen we de E10 tot Lødingen en varen we vanaf daar over naar Bognes.

Als afsluiting van deze druilerige dag mogen we nog ruim een uur in de regen op de veerboot wachten. Er is geen enkele wachtruimte of plek om te schuilen, dus blijven we buiten staan in regenpak en met de helm op. Omdat we onszelf bijzonder zielig vinden, trakteren we onszelf op een motelkamer in Tysfjord om zelf weer warm en droog te worden en om de spullen uit te hangen.

Het betalen van veerponten gaat in Noorwegen op kenteken. Op alles boten waar we gebruik van gemaakt hebben, loopt er een medewerker langs om je kenteken te fotograferen en in een app toe te voegen. Het zal mij benieuwen of er in Nederland ooit een rekening op de mat valt.

De volgende dag is het al 1 september en is het droog. We pakken alles droog en rustig in en zakken verder de E6 af naar Fauske waar we lunchen. Zon en regen wisselen elkaar af, het is dus nog niet echt regenpakkenweer. In Fauske stop ik bij een sportwinkel om te kijken of ze ook voetbalsjaaltjes hebben voor de al eerder genoemde verzamelhobby van zoonlief. Om een paspop hangt een sjaal, maar die is helaas niet te koop. Een van de medewerkers loopt naar achter en komt terug met een sjaal én een muts van de plaatselijke voetbalclub. Op de vraag wat het kost, maakt de man een afwerend gebaar en zegt dat dit een cadeau is. Super aardig!

Met een volle maag rijden we de 80 op richting Bodø en halverwege slaan wij linksaf de Nasjonale Turistverger RV17 op. Dit is een van de mooiste wegen van Noorwegen: een panoramische kustroute van 650 kilometer smalle en kronkelende wegen langs de kust tussen Bodø en Steinkjer. De zon breekt door en we hebben een prachtig uitzicht over groene eilandjes en water. Superindrukwekkend en wij genieten volop van het uitzicht.

Als we tegen het einde van de middag stoppen om een overnachtingsplek uit te zoeken en foto’s te maken van de zee, zien we een bord van een self-service camping. Het bijzondere is dat je via internet je plek boekt. Er is geen fysieke medewerker of receptie en de camping bestaat uit een tentveld direct aan de zee, een aantal camperplaatsen en een gebouw met het sanitair en volledig uitgeruste keuken. Dat laatste gebouw ziet er splinternieuw en schoon uit. Na online inchecken en het betalen van 18 euro zetten wij onze tent direct aan zee op. Prachtig plekje en wij zijn weer de enigen. Dankzij de wifi en de elektriciteit die bij de tentplek horen, kunnen wij die avond naar de wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Noorwegen kijken.

Ook houden we de route nog eens tegen het licht. In deze route hebben we vooral in het zuidelijke gedeelte aardig wat veerboten nodig en die varen niet zo vaak meer. We korten de route over de RV17 met de helft in en beloven plechtig om zeker nog een keer terug te komen.

Na een stormachtige nacht regent het weer keihard. Nadat wij in de campingkeuken koffie gedronken hebben, pakken we gekleed in regenpak en helm de spullen in en zakken de kustweg verder af. De schilderachtige watervallen van de eerdere dagen zijn veranderd en kolkende watermassa’s van bruin water die van de berg afkomen. Bij de eerste ferry die dag tussen Esøya en Ågskardet wenkt de medewerker ons. We mogen alvast de boot op en schuilen onder het dek. Zo, dan staan wij in ieder geval droog. Ondanks de buien genieten we van de bochten en het uitzicht en proberen ons voor stellen hoe super dit moet zijn op een zonnige dag. Voor een tunnel worden we tegengehouden. We moeten wachten tot we onder begeleiding van een verkeersregelaar de werkzaamheden in de tunnel mogen passeren. Na een minuut of 10 kunnen we de auto stapvoets volgen. In de tunnel wordt door tientallen mensen een soort coating tegen de wand aangebracht. Hebben we dat ook weer meegemaakt.

De tweede ferry tussen Jektvika en Kilboghamn duurt wat langer en daar moeten wij de motoren weer vast zetten. Als ze eenmaal staan, kunnen we aan boord weer opdrogen. Tijdens deze overtocht passeren we weer de poolcirkel, waar we precies een week boven zijn geweest.

En als toeval bestaat: aan boord treffen we het Duitse stel met de camper weer die wij deze vakantie al twee keer eerder tegenkwamen. Populair rondje denk ik…

Na het aanmeren eten wij een visje in de haven. Daar maken we een praatje met een Noorse motorrijder die gek is op Nederland. Hij komt er regelmatig om de vierdaagse te lopen en vindt Texel helemaal het einde. Ik vind dat moeilijk voor te stellen als je in een land als Noorwegen woont, of vrij naar Obelix: “Rare jongens, die Noren”.

In Utskarpen nemen we afscheid van de RV17 en rijden via de 12 naar Mo i Rana om daar de E6 weer zuidwaarts op te pakken en slingerend langs het Ranfjord rijden. We vinden een betaalbare kamer via AirBnB in Mosjoen en na een warme douche en het uithangen van natte kleren lopen we een rondje door het centrum om te kijken wat Noorwegen naast bos, berg en zee nog meer te bieden heeft.

Als we de volgende ochtend de motoren weer inpakken is het droog en wij vervolgen onze weg op de E6. We genieten van de prachtige omgeving, de vergezichten, de bochten en de watervallen en maken volop foto’s. Met die rust is het gedaan als we Steinkjer passeren. Het verkeer wordt drukker en van glooiende wegen is geen sprake meer. Sterker nog: bij Trondheim staan we zelfs even in de file. Dat is even een omschakeling gezien de eerdere rust en verkeersluwte tot nu toe.

In Trondheim maken we weer een snelle stop bij het Lerkendal stadion van Rosenborg BK om een voetbalsjaal te fixen om daarna snel de drukte van de stad weer via de E39 achter ons te laten. Na de 400 kilometer van vandaag is het welletjes en we zoeken een plekje op de camping in Melhus.

Als we wakker worden is het koud en zonnig. Kou is niet erg, daar kun je je op kleden en we hebben niet voor niks allerlei thermo spul meegenomen. We pakken de boel snel in en na een paar kilometer snelweg duiken we de binnendoor-wegen weer op richting Andalsnes. Wij rijden rustig via de E65, 700, 651, 70 en de 62 en nemen alle tijd om foto’s te maken en de omgeving in het geheugen te absorberen. Het is heerlijk rustig op de weg. Het is fantastisch weer en rond 15 uur vinden we een camping  aan de voet van de Trollstigen waar we de tent opzetten.

We besluiten om hier twee nachten te blijven om rustig de omgeving te verkennen. Nadat de tent staat (dat gaat inmiddels in een sneltreinvaart), kunnen we het toch niet laten om voor het boodschappen doen toch nog even de Trollstigen op en neer te rijden. Gewoon, omdat het kan. Op de top aangekomen is het uitzicht werkelijk fenomenaal! Er zijn zelfs uitzichtpunten gebouwd waar je boven de afgrond hangt. Niet mijn ding, dus ik besluit het maar bij het maken van foto’s met de drone te houden.

Dat laatste verliep niet heel soepel: bij het achteruit vliegen en filmen om een optimale scene te creëren, verlies ik de drone uit het oog en klapt die tegen de berg en stort neer. Geen beeld en geen signaal meer. Gelukkig heeft een Duitse man het zien gebeuren en weet waar de drone zou moeten liggen. Op zijn aanwijzing klim ik in motorbroek en -laarzen tegen zo’n 50 meter omhoog tegen de berg op en zie hem uiteindelijk op een richeltje liggen. Met veel moeite weet ik de drone toch te pakken te krijgen. Bergklimmen in motorkleding is overigens geen aanrader, je krijgt het er enorm warm van.

Op de camping genieten we verder van de zon en ik plan een leuk rondje voor de volgende dag. Niet te lang, want er moet natuurlijk wel naar de Formule 1 race in Zandvoort gekeken worden.

Ook de volgende dag is het weer stralend weer en staat er een rondje van zo’n 200 kilometer op het programma. Het idee is om via de 63 met daarin de Trollstigen, de 650, de 102 en de Tresfjordbrug weer naar Andalsnes te rijden.

Voor het nemen van foto’s en filmpjes op de Trollstigen nemen we alle tijd. Gisteren hebben de we de slimme plekken om te stoppen al gevonden en daar maken we vandaag handig gebruik van. Na zo’n anderhalf uur tank ik in Valldall en als we verder rijden begint de motor na zo’n 300 meter te haperen en te roken. Meteen zet ik de motor uit en pak de tankbon er bij. Blijk ik diesel getankt te hebben. Hoe dat heeft kunnen gebeuren is tot op de dag van vandaag een raadsel, ik heb niet eens een dieselauto. Ik duw de motor terug naar het tankstation en omdat het zondag is bel ik de ANWB.

Na een half uur komt er een jongeman van de Noorse wegenwacht met een bergingstruck. De tank ter plaatse leegpompen en opnieuw met benzine te vullen is natuurlijk de snelste en voor ons beste oplossing. Afslepen en dan wachten tot morgen (het is zondag) zou best eens heel vervelend kunnen gaan worden. Gelukkig is zijn steunpunt maar 500 meter verder en hij haalt zijn pomp op. Nadat alle diesel weggepompt is en ik verse benzine getankt heb, wil de motor nog niet aanslaan. Wie de Transalp 700 kent, weet dat de linker bougie makkelijk te bereiken is en die blijkt – logischerwijs – vet te zijn en niet meer te vonken. Gelukkig heb ik altijd reserve-bougies mee en na het demonteren van de rechterkuip kan ik ook de rechterbougie vervangen. Na wat pruttelen slaat de Transalp dan toch weer aan en na het betalen van zo’n 150 euro aan vooral milieukosten voor de afvoer van de diesel/benzinemix kunnen we gelukkig weer verder. Al met al heeft de sores 2,5 uur geduurd.

We maken het rondje af en stoppen vlak voor de camping bij de supermarkt om naast de boodschappen ook een biertje te halen voor bij het Formule 1 kijken. Er zijn overigens niet veel supermarkten in Noorwegen op zondag open, maar deze gelukkig wel. Bij het afrekenen moet ik enorm dom gekeken hebben toen de man zei: “We don’t sell alcohol on Sunday.” en het bier resoluut onder de kassa zette. Die kende ik nog niet en reken enigszins perplex de overige boodschappen af. Achteraf blijkt dat er inderdaad geen alcohol verkocht mag worden in winkels na zaterdag 18 uur. Op de camping delen we samen het laatste lauwe biertje dat we nog hadden en drinken de verdere race thee. Het was een bijzondere dag.

Na een dag pauze is het toch weer tijd om de spullen te pakken en verder te gaan. Na de ferry tussen Linge en Eidsdal pakken we de 63 weer op richting Geiranger. Wat een prachtige weg is dit! Gletsjers, sneeuw, fjorden, rotsen en haardspeldochten. Het houdt werkelijk niet op. De hele 63 is wat ons betreft een van de mooiste wegen van Noorwegen. Na de 63 rijden we de 15 op en mogen in kolonne en onder begeleiding weer door een tunnel.
Ook de 55 door het Nationale Park Jotunheimen is adembenemend. Fijne bochtige wegen en het uitzicht op gletsjers blijft fantastisch. Na de lunch ziet de lucht er nogal dreigend uit en als we een parkeerplaats oprijden om het regenpak aan te doen staat daar een Nederlandse motorrijder die met hetzelfde bezig is. We praten ruim een half uur over Noorwegen, de TET en andere motorzaken en daarna is het bijna alweer droog.

In de haven van Vangsnes boek ik een cabin zodat we meteen nadat we van de veerboot tussen Hella en Vangsnes een slaapplek hebben. Als we aankomen is er niemand, maar de sleutel en een briefje met mijn naam liggen klaar. Verder is er geen levende ziel te bekennen. Niet alleen op campings zijn we dus de enige gasten.

Vanaf Vangsnes naar de veerboot in Kristiansand is het ongeveer 500 kilometer en de volgende dag staan we in dubio. De vertrektijden zijn 8 uur en 16:30 uur. Wat doen we? Rijden we door of doen we rustig aan? Uiteindelijk besluiten we rustig aan te doen en zien we wel wanneer we de ferry nemen. Wij hebben immers vakantie! Via de E13 rijden we verder naar het zuiden, verder richting huis dat na bijna 3 weken reizen stiekem toch wel begint te lonken.

In een tunnel in E13 zit een rotonde, iets wat ik nog nooit heb meegemaakt. Op de rotonde moeten we rechts er vlak daarna rijden we de tunnel uit, meteen een hangbrug over een fjord op om vervolgens meteen weer een berg in te duiken met weer een rotonde. We staan perplex, we weten dat Noren gek zijn op het boren van tunnels maar dit is echt supercool.

Onderweg naar de camping in Edland is een tunnel in de E134 afgesloten. Motoren en auto’s worden omgeleid via de Roldalsfjellet Turistweg. Een prachtige bochtige weg! Mocht je in de buurt zijn, dan zou ik zeker de tunnel overslaan en deze weg nemen! Sowieso is er in Noorwegen vaak een bypass voor een tunnel en die kun je dus ook kiezen als je voldoende tijd hebt.

Ook op de camping in Edland hangt een briefje met de strekking “Zoek maar een plek, inschrijven komt later wel.”. We zoeken een plek en als alles staat, lopen we een rondje door de omgeving. En wie komen we daar tegen? Inderdaad het Duitse stel dat we al drie keer eerder tegen kwamen. Omdat Kristiansand nog maar 230 kilometer is, boek ik de overtocht voor 16:30 de volgende dag. Omdat we dan pas om 20:30 in Hirtshals in Denemarken aankomen, zoek ik er meteen een hut bij in de buurt van de haven.

De laatste dag in Noorwegen is aangebroken. We pakken langzaam onze spullen in en rijden rustig verder. De E9 vanaf Haukeligrend begint mooi: een soort hoogvlaktes met weids uitzicht afgewisseld met skigebieden. Hoe verder we zuidwaarts komen, hoe warmer het wordt. Na de lunch besluiten we alle voeringen maar uit de jassen te ritsen om het niet te warm te krijgen. We nemen alle tijd die we toch hebben om te stoppen, rond te kijken en foto’s te maken. Als we uiteindelijk om 15 uur in de haven aankomen, zetten we de motor in de rij en zoeken zelf een plekje in de schaduw.

Om 16 uur begint het inladen en de motoren mogen weer als eerste de ferry op. We krijgen een plek op het onderste dek en zetten de motoren voor de laatste keer vast. Omdat we ook een maaltijd op de boot geboekt hebben, krijgen we een tafel in het restaurant waar de spullen kunnen liggen. Om 16:30 uur vertrekt de SuperSpeed1 en laten we Noorwegen na bijna 4 kilometer achter ons. We weten zeker dat we hier nog een keer terug komen!

Denemarken

De boot legt keurig op tijd aan in Hirtshals en we mogen naar de motoren. Als we daar aankomen, blijken we omringd te zijn door vrachtwagens. De vrachtwagen die naast mijn motor staat heeft staan lekken en er ligt een lange plas water op het gladde ijzeren dek. Dat zorgt ervoor dat, ondanks dat ik rustig rijdt, de motor een pirouette maakt en de achterkant om het voorwiel glijdt. Er is geen houden aan, maar gelukkig remt de valbeugel af op een van de pilaren die daar staan. Met bonzend hart rijd ik van de boot af, op naar de overnachtingsplek.

De cabin die ik geboekt heb, is werkelijk superklein: een stapelbed en een kruk. Gelukkig is er een kleine veranda waar we nog even kunnen zitten. Menig studentenkamer is groter.

Na een warme nacht waarin we allebei slecht slapen (zouden we dan toch gewend zijn aan de kou?) rijden we verder Denemarken in. Het zal best een mooi land zijn, maar als je uit Noorwegen komt, valt het wel tegen. Geen bergen, maar glooiende weilanden die, hoe verder je naar het zuiden komt, rechte wegen worden. Ondanks dat we voor doorgaande wegen in plaats van de snelweg kiezen, wil het niet echt leuk worden.

Bij een pauze zie ik dat een van de keerringen in de voorvork van de Transalp lek is. De olie zit al op het kuipwerk en het blok. Ik vermoed dat die keerring het zwaar te verduren heeft gehad, maar het de laatste kilometers ook nog wel zal redden. Dan maar iets minder comfort. Bij Tønder, vlak voor de Duitse grens, vinden we een camping met zwembad. Dat is lekker en dan kunnen we meteen de zwemkleding een keer gebruiken die we meegenomen hebben. Op de camping  aangekomen blijkt het zwembad al een aantal weken dicht. Jammer, dan maar een rondje wandelen door het overigens mooie dorp Møgeltønder.

Hoe dichter je bij huis komt, hoe vaker je dingen voor de laatste keer die vakantie doet. Deze ochtend is dat het inpakken van de tent. Vandaag willen we binnendoor richting de Nederlandse grens rijden en daar een hotel of pension vinden. Als we alles ingepakt hebben, ontbijten we in de koffietent bij de supermarkt. Daarna starten we de motoren en rijden Duitsland in. Leuk detail: Denemarken is het eerste land waar we geen contante valuta hebben gehad, maar alles met de bankpas betaald hebben.

Duitsland

Via doorgaande wegen rijden we naar Glückstadt aan de Elbe om daar de veerboot te nemen. We hebben geen zin in de drukte op de snelweg bij Hamburg en dit is de kortste route. Als we daar aankomen, is de wachttijd volgens de borden zo’n anderhalf uur. We sluiten netjes achterin de rij aan tot een motorrijder die van de boot afkomt roept dat we naar voren moeten rijden. Als we dat doen, blijkt dat alle resterende ruimte wordt opgevuld met motoren en fietsers en kunnen we snel mee. De overtocht over de Elbe is een leuke ervaring: de veerboot vaart tussen allerlei grote containerschepen door die onderweg zijn naar of uit de haven van Hamburg komen.

Tegen de middag is het schnitzeltijd. Na de bijna vegetarische maaltijden in Noorwegen is een stuk vlees best weer lekker. Als we die op hebben, gaan we verder op weg richting Cloppenburg waar we een fijn hotel gevonden hebben. De badkamer die bij de kamer hoort is overigens ruimer dan de cabin die we in Hirtshals hadden. En omdat we toch in Duitsland zijn, bestellen we ’s avonds gewoon weer een schnitzel.

De laatste loodjes

Na een riant ontbijt is het tijd om naar huis te gaan. Eerst de doorgaande weg naar Meppen en dan vanaf de Nederlandse grens de resterende kilometers over de snelweg en wij zijn rond de middag thuis. Voldoende tijd om de kat op te halen, uit te pakken, schoon te maken en boodschappen te doen. De vergeten broek ligt nog keurig op de plek waar ik hem achter gelaten had.

In de afgelopen 22 dagen hebben wij 7290 kilometer gereden en met twee motoren ruim 597 liter benzine verstookt.
Tijd om na te denken over een bestemming voor volgend jaar!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *